|
| Studeren |
: |
Je “zegt / denkt” de woorden in je hoofd |
| SmartReading |
: |
Lees en studeer je meer “visueel” (zonder verklanken) |
|
| Studeren |
: |
Leer- studeer je niet sneller dan dat je spreekt |
| SmartReading |
: |
Leer- studeer je met meerdere regels tegelijk |
|
| Studeren |
: |
Leer je met de snelheid van 250 tot 300 woorden per minuut |
| SmartReading |
: |
Leer je met een snelheid van minimaal 1.500 woorden per minuut |
|
| Studeren |
: |
Je dwaalt af en denk je aan andere dingen waardoor je terugspringt in je studie (wat heb ik nu gelezen?) |
| SmartReading |
: |
Heeft je brein geen tijd/behoefte om af te dwalen en leer je door want je merkt dat je ‘in de tekst blijft’ |
|
| Studeren |
: |
Je Legt associaties met bestaande kennis terwijl je leert wat wederom tot terugspringen leidt |
| SmartReading |
: |
Je brein legt tekstinhoudelijk verbanden waardoor je behoefte aan snelheid toeneemt |
|
| Studeren |
: |
Je gaat steeds checken of je begrepen hebt wat je leest |
| SmartReading |
: |
Begrijp je in hoge mate wat je leest. |
|
| Studeren |
: |
Je wilt elk detail opnemen en merkt dat dit niet lukt |
| SmartReading |
: |
De details vallen je op en er ontstaat vertrouwen |
|
| Studeren |
: |
Het is lastig om het volgende stuk goed te bevatten |
| SmartReading |
: |
Je merkt dat je begripsvermogen verder toeneemt |
|
| Studeren |
: |
Je merkt dat het lastig is om te onthouden wat je leert |
| SmartReading |
: |
Je vertrouwen neemt toe omdat je merkt dat je meer onthoudt |
|
| Studeren |
: |
Je korte termijn geheugen zit vol terwijl je doorleert |
| SmartReading |
: |
Je leert met het volle potentieel van je brein |
|
| Studeren |
: |
Je begripsvermogen is 50% |
| SmartReading |
: |
Je begripsvermogen is 75- to 80% geworden |
|
| Studeren |
: |
Je concentratie is matig tijdens het leren en studeren |
| SmartReading |
: |
Je concentratie is hoog tijdens het leren en studeren |
|